LBL Ardennen Classic: het genot van de pijn

Leendert Jan Boone deed enkele malen mee met de LBL Ardennen Classic. Onderstaand het verslag dat hij hiervan heeft gemaakt.

Iedereen die fietst voelt zich vroeg of laat aangetrokken door hellingen. Elke racefietser kent het genot van de pijn na het bedwingen van een kuitenbijter, de magie van de inspanning in een decor van rust en harmonie. Wie in Nederland denkt aan fietsen in de heuvels, komt al snel uit bij onze zuiderburen. Op nog geen drie uur rijden vanuit Utrecht waan je je in een andere wereld. Als ik de grens bij Visé passeer, merk ik dat het wegdek verslechtert en het landschap sterk begint te glooien. Op de wegwijzers staat niet langer ‘Luik’  maar ‘Liège’ en ‘Luxemburg’ verandert in ‘Luxembourg’. Iets verder maakt de glooiing plaats voor scherpe rotspartijen, uitgestrekte bossen en steile hellingen. Deze heuvels maken de Belgische Ardennen bij uitstek geschikt voor lastige wielerwedstrijden, waarvan Luik-Bastenaken-Luik verreweg de bekendste is.

Chambralles
Le Champion organiseert vanaf 1982 elk jaar een eigen versie van Luik-Bastenaken-Luik. Aankomst- en finishplaats is het congresgebouw in hartje centrum van Luik. Hoewel de koers een Nederlandse sfeer uitademt kom ik al fietsend ook veel Spanjaarden, Duitsers, Italianen en Amerikanen tegen. De deelnemers hebben de keuze uit afstanden van 125, 160 of 235 kilometer. Alleen de fietsers die voor de langste afstand kiezen doen Bastenaken aan.

Als de fietsers Luik hebben verlaten, wacht na ongeveer 30 kilometer een van de hoogtepunten van de dag: de beklimming van de Chambralles (ruim anderhalve kilometer tegen 9,5% gemiddeld met een maximum van 22%). Meteen aan het begin van de klim wordt mijn adem afgesneden. Happend naar lucht probeer ik snel nog een aantal tandjes terug te schakelen. Meteen voel ik echter dat er geen tandjes meer over zijn. Onrustig zwenkt mijn fiets van links naar rechts op een weg niet veel breder dan een gemiddeld fietspad. Diverse gedachten maken zich van me meester variërend van ‘Toch wel erg fijn zo’n triple’ tot ‘Op tv ziet het er stukken gemakkelijker uit’ tot ‘Waarom doe ik dit eigenlijk?’ De weg kronkelt verder naar boven en als verderop de klim iets afvlakt valt mijn oog op de prachtige vergezichten. Aan het eind pers ik er nog een eindsprint uit, staand op de pedalen door de binnenbocht. Nergens liggen pijn en genot dichterbij elkaar dan bij het koersen in het Belgische heuvelland.

De last van de duivel
Afgezien van de beklimming van de Chambralles is het eerste gedeelte van de koers relatief eenvoudig. De zwaarste heuvels zijn namelijk te vinden in het tweede gedeelte. Vooral dit tweede gedeelte, dat goed vergelijkbaar is met de finale die de profs afleggen, maakt de tocht interessant. Honderd kilometer draaien, keren, klimmen en afdalen. Vanuit Vielsalm naar Trois-Ponts draait de weg direct na het kerkje van Grand-Halleux naar rechts omhoog voor de beklimming van de Wanne. De klim van ruim twee kilometer gaat vrij gelijkmatig omhoog tegen 8 à 9% om tegen de top af te vlakken naar gemiddeld 5 à 6%.

Op de top hoor ik overal het geluid van klikkende pedalen en piepende fietscomputers. Links en rechts liggen fietsen in het gras of gewoon op de weg. Honderden bananen liggen keurig uitgestald naast gevulde koeken, krentenbollen, flessen sportdrank en de onvermijdelijke mueslirepen. De ravitaillering voelt als een oase.

Vlak na de ravitaillering komen de fietsers een kolossaal rotsblok tegen met de mysterieuze naam Faix du Diable (de last van de duivel). Volgens de legende was het de bedoeling van de duivel om met deze enorme steen de nabijgelegen en pas voltooide abdij van Stavelot te vernietigen. De duivel zag van het plan af omdat de Heilige Remacle, bouwer van de abdij, hem te slim af was. Op de vraag van de duivel – vermoeid door het vele sjouwen – of Stavelot nog ver verwijderd was, antwoordde Remacle terwijl hij een paar oude sloffen op de grond liet vallen: ‘Zo ver, dat mijn sloffen nog nieuw waren toen ik de stad verliet’.

Kannibaal
Na de gevaarlijke afdaling van de Wanne duikt met de Stockeu meteen de volgende kuitenbijter op. De Stockeu is met een lengte van 2,3 kilometer en een gemiddeld stijgingspercentage van net geen 10% de op een na zwaarste helling van België. Ter vergelijking: de bekendste helling van Nederland, de Cauberg, stijgt over 1,4 kilometer gemiddeld 5%. De Stockeu scheidt het kaf van het koren.

Meteen aan de voet van de Stockeu is het een gejammer van derailleurs. Met aan de rechterhand het kerkhof van Stavelot begin ik aan de klim. De eerste kilometer komt het stijgingspercentage niet beneden de 12%, na 500 meter is de stijging maar liefst 21%. Iets te hard trekken aan het stuur en je ligt naast de fiets. Verderop versmalt de weg en verschijnen er kuilen en losliggende stenen op het toch al broze asfalt. Happend naar adem en schuddend op de fiets hark ik naar boven. Ik denk aan Eddy Merckx die juist dit gedeelte van zijn favoriete klim gebruikte om met een demarrage zijn tegenstanders van zich af te schudden. Onzichtbaar schud ik met mijn hoofd en bijt mijn tanden op elkaar. Iets verderop is een monument voor hem opgericht. Eddy Merckx, de kannibaal.

Na de Wanne en de Stockeu is het tientallen kilometers vals plat en volgt op ongeveer 30 kilometer voor de finish bij Remouchamps de laatste serieuze beklimming van de dag: de kale heuvel van La Redoute (1,6 kilometer tegen gemiddeld 9,8% met een maximum van 20%). Na op de top te hebben genoten van een frisse appel stort ik me met honderden andere fietsers in een afdaling van 30 kilometer terug naar de finish. Het finishdoek gepasseerd zakt al gauw de pijn om plaats te maken voor trots en tevredenheid.

Mis niets en ontvang het laatste fietsnieuws

Schrijf je in voor de nieuwsbrief